
Zaaizaad- en plantgoedwet 2005
Artikel 5
1
De voorzitter en de overige leden, de secretaris en de adjunct-secretarissen nemen niet deel aan de behandeling van zaken, waarbij zij in enig opzicht persoonlijk betrokken zijn.
2
De voorzitter en de overige leden vervullen geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van hun onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
3
De in het tweede lid bedoelde personen melden het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie aan Onze Minister.
4
Nevenfuncties anders dan uit hoofde van de functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de Raad en bij Onze Minister.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.